Vergoeding dieetvoeding en screeningsinstrumenten

Vergoeding dieetpreparaten en screeningsinstrumenten ondervoeding

Per 1 januari 2009 is de vergoeding van dieetpreparaten (medische voeding) via de basisverzekering gewijzigd.

De aanspraak op vergoeding bij (risico op) ziektegerelateerde ondervoeding is één van de nieuwe indicaties. Alle patiënten die voor een optimale behandeling van hun ziekte zijn aangewezen op dieetpreparaten hebben nu, op basis van de wettelijke indicaties, aanspraak op vergoeding van deze specifieke producten. Onderzoek1 toont aan dat ziektegerelateerde ondervoeding in Nederland bij 1 op de 4 patiënten voorkomt. Belangrijke risicogroepen voor ondervoeding zijn patiënten met kanker, COPD, slik-, passagestoornissen en patiënten die een operatie moeten ondergaan.

Tekst nieuwe regelgeving

Patiënten die niet uitkomen met aangepaste normale voeding en bijzondere voeding komen nu voor vergoeding van dieetpreparaten in aanmerking als: 

  • Een patiënt lijdt aan een stofwisselingsstoornis of een voedselallergie of een resorptiestoornis; of
  • Een patiënt lijdt aan een, via een gevalideerd screeningsinstrument vastgestelde, ziektegerelateerde ondervoeding of een risico daarop; of 
  • Een patiënt, overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard, is aangewezen op een dieetpreparaat.

Het ZN-formulier om een aanvraag te doen is hier te downloaden

Hieronder treft u een toelichting aan op screeningsinstrumenten en richtlijnen.

Screeningsinstrumenten
De meest gebruikte gevalideerde screeningsinstrumenten in Nederland om (risico op) ziektegerelateerde ondervoeding vast te stellen zijn de MUST en de SNAQ. Naast deze instrumenten zijn er andere gevalideerde screeningsinstrumenten om (risico op) ziektegerelateerde ondervoeding vast te stellen:

Kinderen (0-18 jaar): groeicurves en STRONG-kids
Volwassenen: MUST ; NRS-2002 ; SGA ; SNAQ
Ouderen (>60 jaar): MNA ; MNA-SF ; SGA ; SNAQRC; SNAQ65+
COPD: Zoals beschreven in de NVALT richtlijn "Voeding en COPD"

In de EERSTE LIJNSzorg en THUISZORG zijn de groeicurves voor kinderen van 0-18 jaar bruikbaar. De MUST en de criteria voor gewichtsverlies en BMI (zoals uitgewerkt in de Gewicht & gewichtsverlies65- - kaartjes) kunnen voor de groep volwassenen (18-65 jaar) toegepast worden en voor ouderen vanaf 65 jaar zijn de SNAQ65+ en de  de MNA en MNA-SF bruikbaar.

In de ZIEKENHUIZEN zijn SNAQ en MUST bruikbaar voor alle volwassen patiënten en de groeicurves voor kinderen. Op geleide van de resultaten van een systematische review van drs. Lenny van Venrooij is er in 2006 een consensusmeeting georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Diëtisten. De conclusie was:
"Bij de landelijke toepassing van screening en behandeling van ondervoeding in het ziekenhuis zal de SNAQ gebruikt worden als screeningsinstrument. Als het in een ziekenhuis haalbaar is om bij elke patiënt de BMI en het gewichtsverlies bij opname door de verpleegkundige te laten berekenen, kan de MUST gebruikt worden." ir. Floor Neelemaat heeft naar de diagnostische waarde van de relevante ouderen gekeken in een groep ouderen in het ziekenhuis. Het artikel kunt u hier bekijken.

In de VERPLEEG EN VERZORGINGSHUIZEN is de SNAQRC te gebruiken. De gegevens over de ontwikkeling en validering van de SNAQRC zijn hier te lezen.

De SGA is een uitgebreid diagnostisch instrument dat voor alle volwassen patiënten in alle sectoren is te gebruiken.

Richtlijnen

Wanneer de verzekerde niet kan uitkomen met aangepaste normale voeding en andere producten van bijzondere voeding, geeft de regeling drie opties voor aanspraak op vergoeding. Eén daarvan is de behandeling conform een richtlijn. In dat geval dient er een richtlijn te zijn, die door de beroepsgroepen is aanvaard. Voor een eventuele verdere uitleg omtrent het richtlijnenbegrip verwijzen wij u naar de respectievelijke websites van de betrokken beroepsgroepen, waaronder die van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (www.nvdietist.nl)

TNO heeft in 2008 een voorlopige inventarisatie gemaakt van richtlijnen, die in Nederland beschikbaar zijn, waarin de inzet van dieetpreparaten aan de orde is. Deze inventarisatie is geactualiseerd en hier te downloaden.


 

Heeft deze aanpassing van wetgeving het geweste effect?

Sorgente heeft ruim een half jaar na implementatie een onderzoek gedaan om te kijken of het nieuwe systeem ook daadwerkelijk het gewenste effect heeft. Uit het onderzoek blijkt, dat de kwaliteit van zorg is verbeterd, de zorg komt daar waar die nodig is. Daar is de patiënt, om wie het allemaal draait, mee gebaad. Dit sluit aan bij de beoogde doelstelling van het Ministerie van VWS om de aanspraak op vergoeding voor medische voeding te wijzigen.

Klik hier voor de beschrijving van de resultaten.


 

Behandeling van ondervoeding noodzakelijk en (kosten)effectief onderdeel van het medisch handelen

 

In Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen is recentelijk een artikel verschenen over de noodzaak en kosteneffectiviteit van behandeling van ondervoeding, geschreven door leden van de Stuurgroep Ondervoeding.

Ziektegerelateerde ondervoeding komt veelvuldig voor in Westerse landen waaronder Nederland. Ondervoeding heeft grote gevolgen voor zowel de acute als chronische patiënt, zoals een verminderd inspanningsvermogen, trager herstel, en het gaat gepaard met hoge kosten voor de Nederlandse gezondheidszorg (1,7 miljard per jaar). Er is veel winst te halen bij vroege herkenning en behandeling van ondervoeding. Studies tonen aan dat de behandeling van ziektegerelateerde ondervoeding als onderdeel van het medisch handelen kosteneffectief is. Dit geldt ook voor de inzet van dieetvoeding voor medisch gebruik (‘medische voeding’).

Klik hier voor het artikel.

TSG, jaargang 87, nummer 8, 2009; pag 341-345 (Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum, Houten) 

Copyright ©2013 stuurgroep ondervoeding Ontwerp:Webspinnerij