Signaleringsinstrument Gewicht & Gewichtsverlies65- en SNAQ65+
Toolkit

Toolkit

Ten behoeve van de implementatie van vroege herkenning en behandeling van ondervoeding is een toolkit ontwikkeld. Deze toolkit  is in 2009 uitgetest in een aantal "proeftuinen".  Op basis van de evaluatie zijn instrumenten bijgesteld. De onderdelen van de toolkit (met uitzondering van de signaleringsinstrumenten) zijn zogenaamde halffabrikaten. U kunt ze voorzien van eigen logo en aanpassen aan uw huisstijl.

Hoewel testfase inmiddels is afgesloten, zijn opmerkingen nog steeds welkom op eerstelijnonleesbaarstuurgroepondervoedingonleesbaarnl. Ook is het mogelijk om uw eigen instrumenten, waarvan u denkt dat anderen er hun voordeel mee kunnen doen, aan te bieden voor publicatie op de website.

De LESA Ondervoeding maakt onderdeel uit van de toolkit. De LESA beoogt betere zorg  voor volwassen patiënten met (risico op) ondervoeding in de eerste lijn door nauwere samenwerking tussen huisartsen (hieronder vallen de huisarts, de praktijkassistent, de praktijkverpleegkundige en de praktijkondersteuner). De aanbevelingen uit de LESA vragen om afspraken op regionaal of lokaal niveau. Hiervoor is een lijst met aandachtspunten opgesteld. De toolkit bevat voor de invulling van deze aandachtspunten voorbeelden, die zonodig aangepast kunnen worden aan de regionale of lokale situatie.

De indeling van de toolkit volgt de stappen signalering, inclusief het weeg- en screeningsbeleid, de behandeling en begeleiding van ondervoede cliënten. De begeleiding is gebaseerd op principes uit motivational interviewing.  Tot slot bevat de toolkit enkele instrumenten ten behoeve van de implementatie.

Signalering

Onderdeel van de toolkit is het signaleringsinstrument SNAQ65+ (voor cliënten van 65 jaar en ouder) en Gewicht & Gewichtsverlies65- (voor cliënten van 18 tot 65 jaar). Signalering van ondervoeding kan op verschillende momenten en door verschillende professionals in de eerstelijnszorg en thuiszorg worden uitgevoerd. In de achtergrondinformatie vindt u informatie over het gebruik van het instrument.

Het signaleringsinstrument Gewicht & Gewichtsverlies65- en de SNAQ65+ (incl. meetlint) zijn te bestellen. Klik hier om naar het besteloverzicht te gaan.

Onderdeel van de signalering is het weeg- en screeningsbeleid. Het gewicht is vaak een goede parameter om de voedingstoestand te volgen. Voor verschillende doelgroepen is een advies geformuleerd hoe vaak te wegen. Tevens is een advies opgenomen met welke frequentie de SNAQ65+ of Gewicht en gewichtsverlies 65- dient te worden herhaald. Daarbij is gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij reguliere consulten en/of huisbezoeken.

Om de inname van de client globaal te monitoren is de methode "Meet & Weet wat je client eet" ontwikkeld. Dit is te gebruiken door de wijkverpleegkundige of de verzorgende.

Beleid bij risico op ondervoeding

De folder voor cliënten met risico op ondervoeding is bedoeld voor de huisarts, praktijkondersteuner en de wijkverpleegkundige cliënten  die een risico op ondervoeding hebben. Deze folder kan worden meegegeven nadat deze mondeling is toegelicht. Samen met de LESA Ondervoeding zijn ook twee patiëntenbrieven ontwikkeld.

Behandeling van ondervoede cliënten

Nadat de huisarts, de praktijkondersteuner of de wijkverpleegkundige heeft geconstateerd dat de cliënt ondervoed is, dient het multidisicplinair behandelplan in werking te treden. Dit houdt in dat de cliënt binnen 1 werkdag naar de diëtist wordt verwezen en de dietist binnen 2 werkdagen telefonisch contact opneemt. De diëtist schat de ernst in, vraagt de cliënt om het toe te sturen risicoprofiel in te vullen en 2 dagen een eetdagboek bij te houden. Binnen 5 dagen vindt vervolgens het eerste consult plaats.

Een van de eerste onderdelen van het consult is verder onderzoek naar de voedingstoestand door de diëtist.

Nadat de diëtist de diagnose heeft gesteld bespreekt de diëtist o.a. het risicoprofiel en maakt samen met de cliënt het actieplan. Op basis van dit actieplan maakt de diëtist een keuze uit de informatie uit het losbladig werkboek en geeft de relevante informatie mee. Afhankelijk van het voedingsadvies heeft de diëtist binnen 2 tot 10 werkdagen opnieuw contact met de cliënt.

Het werken met het risicoprofiel en actieplan is gebaseerd op motivational interviewing. De essentie van motivational interviewing is dat de motivatie tot verandering vanuit de cliënt zelf komt en niet van buitenaf wordt opgelegd. Het is de taak van de cliënt en niet van de diëtist om oplossingen te zoeken voor de eigen ambivalentie:  de bereidheid tot gedragsverandering is niet iets vaststaands, maar is bijvoorbeeld afhankelijk van de interactie tussen cliënt en de diëtist. Het onderzoeken van intrinsieke motivatie en exploreren van de ambivalentie met betrekking tot gedragsverandering bij de cliënt zijn een belangrijke taak van de diëtist.

Het bespreken van het risicoprofiel vormt naast een advies gebaseerd op eisen die aan een optimale voeding worden gesteld de basis van de behandeling van de diëtist. Ieder item van het risicoprofiel dient de diëtist verder in kaart te brengen via doorvragen en informatie geven over het belang en de consequenties van het item.

Om het gebruik van het risicoprofiel en het actieplan te verduidelijken is een film gemaakt van een eerste consult van de diëtist met een cliënt die ondervoed is. Door technieken van motivational interviewing te gebruiken is te zien hoe bij de clïënt de bereidheid ontstaat wijzigingen aan te brengen in het eetaptroon. In verband met de lengte van de film (12 minuten) zijn van de verschillende onderdelen van een consult fragmenten te zien, wat ten koste gaat van de volledigheid.

Ten behoeve van het bereiken van de optimale eiwit- en energie-inname is het van belang de behoefte en de voeding te berekenen. Ook is het van belang aandacht te besteden aan optimale samenstelling van tussentijdse verstrekkingen.

In de uitwerking van de behandeling is ook een voorstel opgenomen over de verdeling van de consulten binnen de vier bschikbare behandeluren.

De Stuurgroep Ondervoeding heeft samen met de DON (Dietisten Ondervoeding Nederland) een overdrachtsformulier ontwikkeld voor de dietistische overdracht. Dit overdrachtsformulier is tijdens de Dietistendagen (2011) gepresenteerd.

Relevante richtlijnen zijn:

Multidisciplinaire taakverdeling:

Implementatie

Ten behoeve van de implementatie zijn verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Allereerst is het van belang een projectplan te maken: geef bij de start dit project een aparte status waar extra tijd en aandacht aan besteed moet worden. Het projectplan is een hulpmiddel om planmatig te werk te gaan, het project een kop en staart te geven en tijdens de voorbereiding niets te vergeten.

De voorbeeldpresentaties zijn te gebruiken bij het geven informatie aan verschillende doelgroepen. Naar eigen inzicht kunnen de presentaties worden aangepast.

Ten behoeve van de implementatie is een drietal hulpmiddelen ontwikkeld om bijvoorbeeld de discussie over vooroordelen tussen verschillende disciplines te bespreken. Ook is een discussiekaartje ontwikkeld met argumenten waarom het al dan niet zinvol zou zijn om een cliënt te motiveren voor behandeling contact op te nemen met de dietist. Deze argumenten kunnen zowel leven bij een cliënt als bij andere disicplines. Tot slot is een werkvorm beschikbaar die te gebruiken is bijvoorbeeld door een groep wijkverpleegkundigen die tegen knelpunten bij het herkennen van ondervoede cliënten aanlopen.

Voorbeelden materialen proeftuinen en projecttuinen
Het is mogelijk om door u ontwikkelde materialen te publiceren op deze website zodat het als voorbeeld kan dienen voor anderen. Nieuwe voorbeelden zijn welkom op eerstelijnonleesbaarstuurgroepondervoedingonleesbaarnl

Copyright ©2013 stuurgroep ondervoeding Ontwerp:Webspinnerij