Multidisciplinaire richtlijn Ondervoeding


Doel richtlijn

Het doel van deze richtlijn ondervoeding is een tijdige, optimale en uniforme herkenning en behandeling van aan ziekte en veroudering gerelateerde ondervoeding.

Inhoud

De richtlijn behandelt in het eerste hoofdstuk de definitie, risico-indicatoren, verschillende typen ondervoeding, en de oorzaken, gevolgen en de prevalentie van ondervoeding. Het tweede hoofdstuk bevat informatie over de herkenning en diagnosestelling en het derde hoofdstuk gaat in op de behandeling, evaluatie en monitoring. In het vierde hoofdstuk wordt de transmurale multidisciplinaire samenwerking besproken.

Patiëntenpopulatie

De patiëntenpopulatie waarop deze richtlijn van toepassing is zijn volwassenen met risico op ondervoeding of bestaande ondervoeding in alle sectoren van de Nederlandse gezondheidszorg. De richtlijn is niet van toepassing op kinderen en niet op volwassenen die niet in behandeling zijn bij een zorgprofessional. De inhoud van deze richtlijn is in overeenstemming met de inhoud van bestaande richtlijnen die raken aan deze richtlijn (bijvoorbeeld de richtlijn ondervoeding bij de geriatrische patiënt (2013), richtlijn ondervoeding en kanker (2012), verschillende ESPEN guidelines)

Gebruikers van de richtlijn

De doelgroep voor deze richtlijn zijn alle zorgprofessionals die volwassenen met (risico op) ondervoeding kunnen herkennen en behandelen. Het laatste hoofdstuk gaat in op de multidisciplinaire taakverdeling en verantwoordelijkheden.

De schrijfgroep en de accordering door de leden van de Stuurgroep Ondervoeding

De leden van de schrijfgroep komen uit de relevante beroepsgroepen; diëtetiek, interne geneeskunde, maag-darm-leverziekten, verpleegkunde, voedingswetenschappen en bewegingswetenschappen. De richtlijn is geaccordeerd door de leden van de sectie volwassenen en de wetenschappelijke adviesraad van de Stuurgroep Ondervoeding. Deze groepen bevatten afgevaardigden vanuit de huisartsgeneeskunde, diëtetiek, verpleegkunde, geriatrie, interne geneeskunde, ouderengeneeskunde, voedingswetenschappen, bewegingswetenschappen, zorgmanagement, farmaceutische wetenschappen en kindergeneeskunde.

De richtlijn is geschreven zonder projectfinanciering en de inhoud is niet beinvloed door de opvattingen of belangen van individuelen of instellingen. Er zijn geen conflicterende belangen van de leden van de schrijfgroep of de leden van de Stuurgroep Ondervoeding.

Methodologie

Deze richtlijn is narratief van aard. Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden. Het onderwerp en het werkveld zijn hiervoor te breed en er zijn te weinig kwalitatief goede onderzoeken uitgevoerd om op alle gebieden evidence based uitspraken te kunnen doen. Niettemin is het noodzakelijk om de zorgpraktijk handvatten te bieden voor de individuele patientenzorg. Deze richtlijn wil daarin behulpzaam zijn.

De meest recente literatuur en inzichten zijn gevolgd. Consensus is bereikt in besprekingen en verschillende schriftelijke revisierondes. De bewijskracht is niet per aanbeveling gespecificeerd maar wel wetenschappelijk onderbouwd. Wanneer er sprake is van onvoldoende bewijskracht (slechts gebaseerd op meningen van experts of niet vergelijkend onderzoek) is dit vermeld. De kernaanbevelingen zijn per hoofdstuk in kaders samengevat.

 

Augustus 2017