Wat is geschikt als tussendoortje in het ziekenhuis?

Gisteren publiceerde de Gelderlander een artikel met de titel: Kritiek op junkfood voor ondervoede kinderen in Rijnstate. Dit artikel werd geschreven naar aanleiding van een blog waarin werd geklaagd over de adviezen om ondervoeding tijdens ziekte te voorkomen bij kinderen opgenomen in het Rijnstate ziekenhuis. In dit advies worden standaard 3 x per dag tussendoortjes aangeboden waarbij gekozen kan worden uit een lijst van beschikbare producten. In de lijst staan producten die in dit artikel geassocieerd worden met junkfood. Dit is een ongelukkig gekozen term en geeft niet goed weer wat het Rijnstate beoogt te doen.

In een periode van ziekte is voldoende voeding essentieel. De nadruk ligt dan op voldoende eiwit en energie. Zieke kinderen hebben vaak weinig eetlust. Het is een uitdaging om ze te stimuleren om gezond en voldoende te eten. Naast de drie hoofdmaaltijden bieden ziekenhuizen daarom een assortiment van tussendoortjes aan die rijk zijn in energie en eiwit en die kinderen lekker vinden. In de keuze voor producten moet de nadruk liggen op variatie waarbij gekeken dient te worden naar een balans tussen de aangeboden voedingsmiddelen. De focus hierbij moet vooral liggen op gezonde voeding waarbij de schijf van vijf als leidraad gebruikt kan worden. Wat voor het ene kind goed kan zijn, is niet perse goed voor een ander. Er kan gekozen worden voor bijvoorbeeld volle producten en ook kan er plaats zijn voor producten die in het algemeen worden gezien als minder gezond, dat is afhankelijk van de situatie van het kind en of er wel of geen sprake is van (hoog risico op) ondervoeding.

De sectie Kinderen van de Stuurgroep Ondervoeding geeft een leidraad voor adviezen t.a.v. beleid bij (risico op) ondervoeding in het ziekenhuis, maar laat de specifieke productkeuze over aan de individuele ziekenhuizen.

In de recent gepubliceerde protocol ondervoeding bij kinderen in het ziekenhuisΒ  is meer te lezen over dit onderwerp en wordt verwezen naar Richtlijn goede voeding als algemeen eerste advies.

Namens de sectie kinderen

Dr. J Hulst, kinderarts Erasmusmc